2 april 2009, Brabants Dagblad, Arthur van den Boogaard

 

De Kanonbal 'vrit z'n eige kapot'

 

AMSTERDAM - Er was een grote tent voor nodig. En het tweehonderdjarige bestaan van de stad hielp natuurlijk ook. Sinds deze week heeft Tilburg een heuse wielerzesdaagse.

Met Robbert Slippens als wedstrijdleider ging de zesdaagse van Brabant van start in het speciaal opgebouwde Pijnenburg-Velodrome. Deze naam verwijst naar Jan 'De Kanonbal' Pijnenburg; de in Tilburg geboren wielervedette die in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw internationaal furore maakte en in 1932 samen met Piet van Kempen de eerste Nederlandse zesdaagse (gehouden in Amsterdam) won.

 

Het was dezelfde Pijnenburg die, inmiddels op leeftijd en flink veel dikker, in de jaren zeventig door zijn stadsgenoten werd getypeerd met: 'hij zúipt z'n eige nie kapot, maar hij vrit z'n eige kapot'.

 

Dit is te lezen in een verhaal over een andere Tilburgse wielrenner, de 79-jarige Cees Paymans, in het vijfde nummer van het wielertijdschrift Helden. Sinds 2006 zijn de drie wielerliefhebbers Jos de Louw, Peet Kappen en Tom de Louw verantwoordelijk voor dit periodiek. Bij de selectie van hun verhalen hanteren zij één belangrijk criterium: er moet een link zijn met Brabant. Daarbij kiezen ze niet alleen voor bekende namen. Naast Johan van der Velde en zijn voor de Amerikaanse ploeg Garmin uitkomende zoon Ricardo krijgen ook het twintigjarig talent Coen Vermeltfoort, de al genoemde Paymans en de in 1945 in Zetten geboren Dré Klep (van 24 september 2005 tot 20 april 2007 houder van het werelduurrecord voor zestigplussers) de nodige aandacht. "In de publiciteit worden aanvallen op het absolute werelduurrecord altijd breed uitgemeten. Maar sportief gezien zijn records als die van Dré evenzeer het bewonderen waard."

 

De nadruk ligt vooral op anekdotes en het streven naar compleetheid. Zo wordt bijvoorbeeld in het verhaal over amateur-wielrenner Ad van Overveld - in 1964 als 16-jarige (!) de eerste Nederlands kampioen bij de aspiranten - al zijn sponsoren opgesomd. In totaal zijn dat er acht verschillende.

 

De keuze van veel auteurs om hun onderwerp uitgebreid aan het woord te laten - de quotevorm - past goed bij deze benadering. Net zoals het bij de naam van het tijdschrift - Helden - past om met een goed humeur en vol bewondering (terug) te kijken naar wielrenners met een specifiek Brabantse achtergrond. Het geeft de verhalen wel een wat knullige toon. Maar slechts in een enkel geval stoort dit; als de bewondering te ver wordt doorgevoerd. Zo eindigt het verhaal over de inmiddels 63-jarige Dré Klep en zijn dochter Edith met: "Edith en Dré zijn twee bescheiden Brabantse mensen die zichzelf nooit heldhaftig zullen noemen. Dat mogen de lezers van Helden gerust weten. Bij deze."

 

Gelukkig kent het laatste verhaal in dit nummer over oud-veldrijder Henk Baars wel een mooi einde. Deze oud-wereldkampioen bekent moeite te hebben met goed starten. En legt vervolgens uit hoe hij van die zwakte een sterke eigenschap probeerde te maken. "Op een gegeven moment maakte ik er zelfs een sport van om zo slecht mogelijk te starten. En als iemand uit het publiek dan riep 'Die Baars bakt er niks van vandaag', dan leefde ik helemaal op."

 

Helden. Wielersport in Brabant. Nummer 5. Meerdere auteurs, uitgeverij Kempen, ISBN 9789066571747, €8,95  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Website statistieken