11 november 2006, wielersport.slogblog.nl

 

Het rijke Brabantse wielerleven

 

Vorige week kreeg ik van mijn goede wielervriend Theo Buiting uit Limburg een boekje toegestuurd. Het heet ‘Helden’ met als ondertitel ‘Wielersport in Brabant’. Uit de toevoeging – Nummer 1 Winter 2007 – begrijp ik dat het een tijdschrift is in boekvorm. Een soort De Muur, maar dan alleen over de provincie Brabant. En Helden hebben ze daar. Diverse Brabanders (Theo komt uit Eindhoven) met een vaardige pen hebben een mooi nostalgisch verhaal geschreven over een van hun helden. Zo komen Brabantse coryfeeën als Frans Slaats, Piet Damen, Marc van Orsouw, Frank Groenendaal en Cees Haast voorbij, afgewisseld met mooie poëzie over de Nederlandse Tourploeg die in 1953 het algemeen ploegenklassement won, Gert-Jan Theunisse en Wout Wagtmans. Ik heb er vorige week zondag een leuke middag aan beleefd en ik stel vast dat er in ons land heel wat mensen rondlopen met een oprecht wielerhart die dat ook nog ens mooi op papier kunnen zetten. Met veel belangstelling begon ik – het was ook het eerste hoofdstuk – met het verhaal over ...

 

... Frans Slaats, geschreven door Peet Kappen. Slaats is iemand die mij intrigeert, omdat hij voor de tweede wereldoorlog een nauwelijks serieus bedoelde aanval deed op het werelduurrecord, omdat hij toch in Milaan moest zijn. Daar lag de Vigorellibaan, destijds de snelste piste ter wereld, en de Waalwijker flikte het ‘m ook nog. Omdat ik op de geboortedag van Slaats een stukje op deze weblog publiceerde, kreeg ik contact met Jules Slaats, de zoon van Frans. Van het voornemen om een artikel over zijn vader te schrijven, zie ik af omdat Peet Kappen al alles heeft opgeschreven wat ik van Frans Slaats had willen weten. Ook het verhaal van Theo over zijn idool Pietje Damen was leuk om te lezen. Theo is een geboren Brabander die in Limburg woont en iets heeft met mijn geboortestad Amsterdam. Wat dat is, moet ik hem toch eens vragen. Ik was dan ook aangenaam getroffen toen ik op pagina 32 een fotootje zag van Marietje Jansen uit de Jordaan, in de jaren vijftig in Nederland wereldberoemd als Maria Zamora. Een exotisch ogende dame met een Spaans repertoire. Ze was meerdere malen per week op de radio en als klein jongetje sloeg ik geen uitzending over. Theo noemt ook haar zus Rika, beter bekend als Fanny Black, Zwarte Riek en ze is uiteindelijk uit de kast gekomen als Rika Jansen, met een prachtige one-woman-show in Carré en het hartverscheurende lied ‘Amsterdam huilt’. Wat heeft dat allemaal met wielrennen te maken? Weinig! Theo gebruikt Marietje Jansen slechts als een bruggetje naar de Spaanse soigneur José Vidal. En ik gebruik het om een bruggetje te maken naar Roy Schuiten. De eerste vrouw van Roy is de dochter van Leen Jansen, een bekende Nederlandse wielersoigneur uit de jaren zestig en ik kwam, voor mijn In Memoriam voor Roy, in contact met Hillie Jansen via haar tante Rika. Ver in de tachtig – ze doet er geheimzinnig over – is ze, maar still going strong. En zo komt alles weer bij elkaar door dit leuke boekje.

 

Van harte aanbevolen.  

 

Fred van Slogteren

 


Website statistieken