17 november 2007, Brabants Dagblad, Wouter ter Haar

 

Gelukkig waren er ook kerels met welvaartsbuikjes

 

Wielrennen

 

Het peloton gaat gebukt onder dopingaffaires en topzware sponsoring. De wielersport beleeft sombere tijden. Helden die eens op een voetstuk stonden, kletteren hard naar beneden en raken in de vergetelheid of nog erger. Maar er is geen sport omgeven met zoveel heroïek en sterke verhalen. De drie organisatoren van het Brabants Wielercafé -Nulander Peet Kappen en vader en zoon Jos en Tom de Louw uit Oss- hebben goed begrepen hoe fraai de verhalen van de sport der sporten zijn.

In het voorjaar van 2006 startten zij met hun initiatief om twee keer per jaar het BrabantsWielercafé te organiseren en om en passant een nummer van hun tijdschrift Helden te presenteren. Afgelopen woensdagavond was alweer de vierde editie van het Brabants Wielercafé. Oss is daarmee uitgegroeid tot het Walhalla of het Mekka van de Brabantse wielersport. Alle wielerfanaten in Brabant weten weer waar Oss ligt.

Ruim 150 man zat er woensdagavond in ‘t Putje aan de Willibrordusweg in Oss. Inderdaad: vooral mannen. Ik heb slechts zes vrouwen geteld, waarvan er drie achter de toog hun werkzaamheden verrichten. De rest waren kerels. Mannen met strak gesneden bekkies die veel kilometers trainingsarbeid verraden, maar gelukkig ook heren met welvaartsbuikjes, zoals die van mij.

Wat dat betreft was het redelijk ontluisterend om tussen die vele tientallen prachtige -en veelal gesigneerde- wielershirts die de wanden sierden, een exemplaar te ontdekken dat ik ook in mijn bezit heb. Ik kreeg het van Henk Lubberding toen hij fietste in dienst van Ti-Raleigh Creda. Het zat gegoten toen ik zelf nog fanatiek fietste. Nu zou hij mij slechts van pas komen als bustehouder.

Op het podium verschenen drie beroemde Brabantse wielrenners. Alle drie deelnemers aan de grootste en meest spraakmakende wielerwedstrijd ter wereld, de Tour de France. Ik kwam vooral voor Marc van Orsouw, ten tijde van zijn wielerloopbaan nog woonachtig in Oijen, maar nu in Berghem. Aan den lijve heb ik ervaren hoe hard hij kon fietsen. Tijdens een trainingsritje haalde hij ons in. Wij reden volle bak en hij kwam babbelend met zijn maatjes, de handjes losjes op het stuur, voorbij.

Naast hem zat woensdagavond Eddy Bouwmans, in 1992 de beste jongeling in de Tour. Samen verhaalden zij over hun ervaringen en over hun pieken en dalen in de Tour. Oss luisterde ademloos. Na de pauze betrad Cees Haast, eens kandidaat voor de Tourzege, op glorieuze wijze het podium. Hij kwam juichend op. In onvervalst West-Brabants deed hij zijn relaas.

Hij kon zo afzien dat hij niet meer wist of er nu koeien of toeschouwers aan de kant van de weg stonden. En over het gevoel dat hij met een berg achterop de fiets omhoog fietste.

Het was een geweldige avond. En toen ik woensdagavond, overigens als één van de weinigen, weer naar huis fietste, voelde ik me net Sean Kelly, Jeroen Blijlevens, Gert-Jan Theunisse en Woutje Wagtmans in één. Voor het slapen heb ik nog even mijn oude shirtje gepast. Wanneer begint het voorjaar?  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Website statistieken