21 juli 2007, De Telegraaf, Ron Couwenhoven

 

Verslaafd aan de Tour

 

Het bonte wielercircus Tour de France trekt alweer veertien dagen door het schitterende Franse land. Miljoenen fans omzomen de wegen. De dopingschandalen, waarvan de media al meer dan een jaar bol staan, lijken van geen enkele invloed op de immense populariteit van de renners. Halverwege de Col de Galibier stond deze week de 21-jarige Tom de Louw uit Oss met vier vrienden. De 2642 meter hoge berg was veranderd in één gigantische camping die al dagen voor de passage van de coureurs was uitverkocht. “Hier hoor je niemand over doping,” zegt Tom. “De sfeer is geweldig en het is één groot feest.”  

 

Maandagmiddag om exact 12.00 uur sloot de gendarmerie van bergdorpje Valloire in de Franse Alpen de weg naar de top van de Col du Galibier voor alle verkeer. Meer dan 28 uur voor de doorkomst van de eerste renners van de Tour de France stond de vijftien kilometer lange weg naar de top van de beroemde col stampvol campers en tentjes. Drie dagen eerder betrokken de eerste wielerfanaten al de beste plaatsen op de langste camping ter wereld! Ze plaatsten hun campers pal naast peilloos diepe ravijnen in afwachting van het bonte Tourcircus.

“Wij konden maandag nog net door het dorp komen en vonden daar met supportersclub van Pieter Weening nog net een plekje aan de voet van de beklimming,”zegt Tom de Louw, een 21-jarige student communicatie-wetenschappen uit het Brabantse Oss, die met vier vrienden een weeklang in het spoor van de coureurs zat. Twee geluidsboxen werden uitgeladen, de Nederlandse vlag werd op de weg geschilderd. Hollandse feestmuziek galmde over de ravijnen van de Galibier, de fans plozen de klassementen uit in de kranten en bespraken fanatiek de kansen van hun favorieten. En dat terwijl de media al een jaar bol staan van de dopingschandalen in de wielersport en een krant als de Berliner Zeitung zelfs besloot geen woord meer over de koers te schrijven. Maar het publiek reageert totaal anders. De Tour de France 2007 lijkt veel op een massale aanhankelijkheidsdemonstratie voor de helden van de fiets.  

“Het valt eigenlijk niet te rijmen,” zegt Tom de Louw, die sinds 1996 geen Tour meer miste. “Wij stonden zondag in Tignes waar het ook één groot feest was en later dus op de Galibier, maar je hoorde niemand over de dopingperikelen. Er stond alleen een Duitser met een grote vlag met een injectiespuit er op met daar overheen een groot rood kruis. Dat was alles. Dit is gewoon een moeilijke periode waar de wielersport door heen moet. Ik geloof dat iedereen wel ziet dat ze druk bezig zijn de sport op te schonen.”

In elk geval waren al die honderdduizenden supporters weer helemaal in de ban van de mystiek, de glamour en het heldendom, die de wielersport nu al meer dan honderd jaar uitstraalt. Opmerkelijk was dat al kilometers onder de top van de Galibier een complete invasie van Duitse wielerfans had plaats gevonden, die als eersten waren gearriveerd en maling bleken te hebben aan de dopingverhalen over Jan Ullrich en Erik Zabel. Terwijl het wielerpeloton vrijdag 13 september naar Bourg-en-Bresse wandelde vond ver weg op de top van de Mont Ventoux een emotionele ceremonie plaats. Precies veertig jaar geleden overleed de beroemde Britse coureur Tom Simpson op de top van deze kale berg in de Provence aan de gevolgen van een zonnesteek in combinatie met amfetamine-gebruik met als gevolg een fatale hart-aanval. Al jaren staat op deze onheilsplek, vlak onder de top van de beruchte berg, een monument ter nagedachtenis van de sympathieke Tom. Tienduizenden wielerliefhebbers bezochten in de afgelopen veertig jaar deze ontroerende plek en legden er bloemen, petjes, race-handschoenen en allerlei andere wieler-attributen neer als eerbetoon aan de beste Britse wielrenner ooit.

Vorige week vrijdag fietste Joanna Simpson, die slechts vier jaar was toen haar vader zo dramatisch overleed, in gezelschap van haar stiefvader Barry Hoban en tal van anderen naar het monument om daar in gezelschap van haar moeder en haar zuster op plechtige wijze een trap te openen, die naar het momument leidt.  

Edwin Kamp (46), een gemeente-ambtenaar uit Zwolle, was er bij. Met meer dan zestig beklimmingen van deze legendarische berg is Kamp absoluut recordhouder. Twee jaar geleden zette hij een record neer door binnen 24 uur zes keer de Mont Ventoux op zijn race-fiets te bestijgen.

Hij zegt: “De mensen moesten altijd over het losse gesteente naar het monument klauteren. Elke wielertoerist die hier de top haalt, laat zich daar fotograferen. De trap was altijd een grote wens van Joanna en haar familie, maar er was niet genoeg geld. Britse wielerliefhebbers hebben dat bij elkaar gebracht. Ik moest er gewoon bij zijn. Samen met de familie en zo’n honderd belangstellenden, waaronder heel wat oud-coureurs, werd het een heel feestelijk moment.”

Ook voor Barry Hoban was het een ontroerend ogenblik. Hij was indertijd ploegmaat van Simpson en kwam een dag na het overlijden van zijn vriend huilend als eerste over de finishlijn in Sète. Enkele jaren later trouwde hij met Helen Simpson, de weduwe van Tom en samen knipten zij nu het lint door onderaan de trap bij deze historische plek. Hoe belangrijk deze berg voor iedereen is, bewijst de website www.dekaleberg.nl die door Lex Reuring, de 1177ste toerist die vijf keer op één dag naar de top van de Ventoux reed, wordt beheerd. Zijn site werd inmiddels door meer dan anderhalf miljoen fans bezocht! Zo groeide de Mont Ventoux en het monument van Simpson uit tot een uniek bedevaartsoord in de internationale sportwereld.  

Het is de plek, die het begin van de eindeloze strijd tegen de doping markeert. Sinds die dertiende juni 1967 is die strijd door de internationale wielerbond UCI steeds verder opgevoerd. Maar de oorsprong van het gebruik van stimulantia lag al veel eerder en was het gevolg van de extreme afstanden, die toen moesten worden afgelegd door het peloton. In 1892 startte de Fransman Jules Dubois, de onbetwiste kampioen van zijn tijd en de tweede werelduurrecordhouder, in de marathon Parijs - Nantes - Caen - Rouen – Parijs. De moordende race ging over liefst duizend kilometer aan één stuk. Dubois bleek veel te sterk voor de concurrentie en nam een voorsprong van niet minder dan vijf uur. Toen viel hij met hevige maagkrampen van zijn vélo en moest de strijd staken. De verslaggever van de Revue Vélocipédique, die de wedstrijd volgde, schreef lakoniek: “De maag van de lange afstandskampioen was ontregeld als gevolg van overmatig gebruik van kola-pastilles!” Dit was een middel waarmee druk werd geadverteerd in de toen omvangrijke wielerpers. Fietsers werd van harte aangeraden deze dragee, die was samengesteld uit het extract van de kola-noot en geconcentreerde koffie, te gebruiken. Kolafé was volgens de advertenties uitstekend voor het reguleren van de hartslag en hielp tegen dorst, honger en vermoeidheid. Apotheker Charles Garnier uit de Rue des Francs-Bourgeois in Parijs adverteerde wekelijks met het wondermiddel. Hij deed beste zaken en geen haan, die er naar kraaide.

En dat doet nu ook het wielervolk niet. Dat komt in grotere massa’s dan de laatste jaren naar de koers. Het lijkt ook een signaal tegen de enorme hypocrisie in wielerland. De Tour-directie schrapte de Deense spijtoptant Bjarne Riis, de winnaar van 1996, uit zijn ere-lijsten. Erik Zabel zal voor 1996 ook van de lijst van groene trui-winnaars worden verwijderd. Maar Bernard Thevenet bekende in 1977 twee maanden na zijn tweede Tourzege in een geruchtmakend artikel in de organiserende krant ook dat hij met behulp van het verboden cortison had gewonnen. Zou Hennie Kuiper zijn dikverdiende Tourzege na dertig jaar toch nog krijgen? Het lijkt er niet op. Thevenet geldt nog steeds als één van de Franse wielergoden, werkt al jaren als commentator in de Tour de France en wordt door de organisatie met alle egards behandeld!

De schandalen stoten de wielerfans in elk geval niet af. De aantrekkingskracht van de Tour blijkt sterker dan de talloze minpunten. Terwijl de ceremonie op de top van de Mont Ventoux aan de gang was, was Tom de Louw met zijn vrienden op weg naar Tignes, waar ze een ‘Nederlandse bocht’ creëerden waar ook de junioren van de Rabobank-ploeg, die in het ski-oord in trainingskamp waren, graag even kwamen buurten. Samen met zijn vader Jos en een aantal wielervrienden richtte Tom twee jaar geleden het Wielercafé op in Oss en begon hij het periodiek ‘Helden, wielersport in Brabant’ uit te geven. De avonden met oud-renners zijn steevast uitverkocht. Het boek, dat twee keer per jaar verschijnt, vindt gretig aftrek en blinkt uit door schitterende persoonlijke ervaringen van de medewerkers.  

Zo beschreef Theo Buiting, een 60-jarige Eindhovenaar, hoe moeilijk het is een winnaar te zijn: “… die eerste keer dat ik alleen bij de adspirantjes op de meet afkwam. Plotseling reed ik alleen voorop, de zege voor het oprapen. Winnaar, vreselijk al die aandacht en heisa. Spaans benauwd kreeg ik het. Ik durfde niet te finishen. Jankend ben ik honderd meter voor de streep afgestapt. Winnen, om van in je broek te schijten. Ik kon het niet aan!”

Met zijn wielercarrière was het gedaan, maar de passie voor de sport raakte Buiting nooit meer kwijt. Net zoals Tom de Louw, die vanaf de flanken van de Galibier liet weten: “Elf jaar geleden zag ik als jongetje van tien de proloog van de Tour in ’s-Hertogenbosch. Het regende pijpenstelen, maar daar werd ik bevangen door het wielermicrobe. Met mijn vader en moeder heb ik sindsdien elk jaar de Tour bezocht. Het is altijd een feest. Dus deze ziekte zal vermoedelijk nooit meer overgaan.”  

 


Website statistieken