24 januari 2009, De Volkskrant, Bart Jungmann
Hand in hand met Van Agt, in gedachten bij Armstrong
Het werd de avond van de grootste wielerfan onder politici.
Zo stond ik woensdagavond een poosje hand in hand met Dries van Agt, de oud-premier. Het gebeurde in de pauze van het Brabants Wielercafé, waar Van Agt misschien wel iets zou willen zeggen over de terugkeer van Lance Armstrong. Moeten we dat nu beschouwen als idealisme of opportunisme? Als iemand dat moest weten, was het Dries van Agt wel.
Ik stak mijn hand uit voor een ouderwetse handdruk. Maar de rechterhand van Van Agt hing op dat moment in het warme bad dat katholiek Brabant hem had bereid. De Koning van Brabant noemden ze hem in Oss en daaraan was op deze avond geen woord gelogen. Andries Antonius Maria van Agt reikte me dus zijn linkerhand die verrassend groot bleek voor zo’n kleine man. Met al zijn lange vingers omarmde hij mijn verschrompelde knuistje. Het leek wel een eeuwigheid te duren, daar in restaurant-zaal ’t Putje in Oss, als een kleine jongen aan de hand van een intens liefhebbende vader. Best wel aangenaam eigenlijk.
Ik moest denken aan Wim van Est, die door deze roomse handen was gekoesterd, en aan Tourwinnaar Joop Zoetemelk in 1980 op het erepodium in Parijs. Joop had vermoedelijk ook een handdruk in gedachten toen hij door die handen in een accolade werd gevangen. En ik moest denken aan mijn vader die zo’n hekel had aan Dries van Agt. Dertig jaar geleden was Van Agt de grote frustratie van progressief Nederland. PvdA’er Joop den Uyl had in 1977 glansrijk de verkiezingen gewonnen en dacht het land naar zijn idealen te kunnen kneden. Maar CDA’er Van Agt lichtte hem pootje. Zo is hij de geschiedenis ingegaan, als een achterbakse machtspoliticus. Maar uit zijn vorig jaar verschenen biografie kwam Van Agt tevoorschijn als een man die wel degelijk door idealisme was gedreven, zij het een ander idealisme dan toen gangbaar was. Bovendien was hij, en dat maakt het boek zo feestelijk, enorm geestig.
De avond waarop het Brabants Wielercafé zijn deuren opende, volgde op de avond waarop Barack Obama de wereld opnieuw van idealisme had vervuld. Drie Brabanders, die sinds een paar jaar hun liefde voor de wielersport vorm geven in het blad Helden, hebben het initiatief genomen. Aan de verschijning van elk nummer is een avond gekoppeld waarop ze met een paar gasten spreken over hun passie. Als je het goed beschouwt, is dat ook een vorm van idealisme.
Restaurant-zaal ’t Putje stroomde bij wijze van spreken over en dat in een tijd waarin liefhebberij in wielrennen bijna een verdachte activiteit is. Het werd vooral dé avond van Dries van Agt, de grootste wielerfan onder politici.
Zo vertelde hij met smaak hoe hij de kabinetsformatie in 1977 had gefrustreerd. Van Agt had de besprekingen stiekem onderbroken om het startschot te lossen in de wielerronde van Boxmeer. Den Uyl en ‘die aardige jongeman van D66’ (Jan Terlouw dus) waren des duivels geweest, en de koningin ook. Dries van Agt werd zelfs door Beatrix op het matje geroepen. Kon hij uitleggen waarom wielrennen belangrijker was dan het land dat hunkerde naar een nieuwe regering? Van Agt leunde vergenoegd naar achteren om ’t Putje even in spanning te laten. Vervolgens zei hij een ingeving te hebben gekregen. Hij had geantwoord: ‘Nee majesteit, dat kan ik niet uitleggen. Hier stuitten we op het verschil tussen Rome en de reformatie.’ Waarna Van Agt opnieuw vergenoegd naar achteren leunde, want dat doet hij graag. Dries van Agt is en blijft een toneelspeler.
Over Lance Armstrong waren we het snel eens: diens terugkeer is een bijzondere impuls voor de wielersport, maar kan vooral van groot belang zijn in de strijd tegen kanker. Maarten Ducrot, ook te gast in het wielercafé, sprak daarentegen over duistere motieven. Armstrong had zijn jeugdige ploeggenoten als een rasechte manipulator in een onmogelijke situatie gemanoeuvreerd. The boss wil niets anders dan weer the boss zijn en als dat niet lukt, gooit hij zijn comeback lekker op de kanker. Dat was Van Agt en mij te cynisch, te veel van ‘het oude wielrennen’. Niettemin houdt Van Agt, een autoriteit op het gebied van idealisme en manipulatie, zijn hart vast. Armstrong zet immers zijn reputatie van zevenvoudig Tourwinnaar op het spel. Maar dat hij zoiets durft, onderstreept zijn grootheid. Helemaal mee eens. Lance Armstrong, die deze zaterdag in de Tour Down Under de koninginnenrit heeft gereden, is misschien een boef, maar wel een boef met hart voor zijn zaak.
Bij het afscheid fluisterde Dries van Agt dat hij onlangs een schoonzoon heeft verloren aan kanker en dus uit eigen ervaring weet wat Armstrongs inspanningen kunnen betekenen. We hielden weer langdurig handen vast, ditmaal de goede. De oud-premier kneep liefdevol zijn oogjes toe.
|